Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
estirar
Ell estira el trineu.
trekken
Hij trekt de slee.
penjar
Estalactites pengen del sostre.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
escoltar
Li agrada escoltar la panxa de la seva esposa embarassada.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
informar-se
Tots a bord s’informen amb el capità.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
trobar a faltar
Et trobaré tant a faltar!
missen
Ik zal je zo erg missen!
desxifrar
Ell desxifra la lletra petita amb una lupa.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
penjar
Tots dos pengen d’una branca.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
preguntar
La meva mestra sovint em pregunta.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
necessitar
Tinc set, necessito aigua!
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
establir
Has d’establir el rellotge.
instellen
Je moet de klok instellen.
llençar
Ell trepitja una pell de plàtan llençada al terra.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.