Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
look forward
Children always look forward to snow.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
search
I search for mushrooms in the fall.
zoeken
Ik zoek paddenstoelen in de herfst.
deliver
The delivery person is bringing the food.
brengen
De bezorger brengt het eten.
understand
I can’t understand you!
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
close
She closes the curtains.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
harvest
We harvested a lot of wine.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
send
He is sending a letter.
sturen
Hij stuurt een brief.
end up
How did we end up in this situation?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
look down
I could look down on the beach from the window.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
kick
Be careful, the horse can kick!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
leave
Many English people wanted to leave the EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.