Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/111160283.webp
imagine
She imagines something new every day.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
cms/verbs-webp/105854154.webp
limit
Fences limit our freedom.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
cms/verbs-webp/55269029.webp
miss
He missed the nail and injured himself.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
cms/verbs-webp/106515783.webp
destroy
The tornado destroys many houses.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
cms/verbs-webp/21689310.webp
call on
My teacher often calls on me.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
cms/verbs-webp/116166076.webp
pay
She pays online with a credit card.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
cms/verbs-webp/41019722.webp
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
cms/verbs-webp/118826642.webp
explain
Grandpa explains the world to his grandson.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
cms/verbs-webp/110646130.webp
cover
She has covered the bread with cheese.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
cms/verbs-webp/116877927.webp
set up
My daughter wants to set up her apartment.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/102304863.webp
kick
Be careful, the horse can kick!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
cms/verbs-webp/82845015.webp
report to
Everyone on board reports to the captain.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.