Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/89084239.webp
redukti
Mi nepre bezonas redukti miajn hejtajn kostojn.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
cms/verbs-webp/120515454.webp
nutri
La infanoj nutras la ĉevalon.
voeden
De kinderen voeden het paard.
cms/verbs-webp/118588204.webp
atendi
Ŝi atendas la buson.
wachten
Ze wacht op de bus.
cms/verbs-webp/93031355.webp
aŭdaci
Mi ne aŭdacas salti en la akvon.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/109657074.webp
forpeli
Unu cigno forpelas alian.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
cms/verbs-webp/84943303.webp
troviĝi
Perlo troviĝas ene de la konko.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
cms/verbs-webp/121820740.webp
ekiri
La montmarŝantoj ekiris frue matene.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
cms/verbs-webp/92384853.webp
taŭgi
La vojo ne taŭgas por biciklistoj.
geschikt zijn
Het pad is niet geschikt voor fietsers.
cms/verbs-webp/109434478.webp
malfermi
La festivalo estis malfermita kun artfajraĵoj.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
cms/verbs-webp/90643537.webp
kanti
La infanoj kantas kanton.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/120978676.webp
bruligi
La fajro bruligos multon da la arbaro.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
cms/verbs-webp/74176286.webp
protekti
La patrino protektas sian infanon.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.