Woordenlijst

Leer werkwoorden – Kroatisch

cms/verbs-webp/73880931.webp
čistiti
Radnik čisti prozor.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/110056418.webp
održati govor
Politikar održava govor pred mnogim studentima.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
cms/verbs-webp/81025050.webp
boriti se
Sportaši se bore jedan protiv drugog.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/89635850.webp
birati
Podigla je telefon i birala broj.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
cms/verbs-webp/77572541.webp
ukloniti
Majstor je uklonio stare pločice.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
cms/verbs-webp/18473806.webp
doći na red
Molim čekaj, uskoro ćeš doći na red!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
cms/verbs-webp/101938684.webp
obaviti
On obavlja popravak.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
cms/verbs-webp/123834435.webp
vratiti
Uređaj je neispravan; trgovac ga mora vratiti.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
cms/verbs-webp/112407953.webp
slušati
Ona sluša i čuje zvuk.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
cms/verbs-webp/109434478.webp
otvoriti
Festival je otvoren vatrometom.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
cms/verbs-webp/63868016.webp
vratiti
Pas vraća igračku.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
cms/verbs-webp/115520617.webp
pregaziti
Biciklist je pregazio automobil.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.