Woordenlijst
Leer werkwoorden – Frans

retirer
Comment va-t-il retirer ce gros poisson?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?

répondre
L’étudiant répond à la question.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.

sonner
La cloche sonne tous les jours.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.

couvrir
L’enfant couvre ses oreilles.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.

attendre avec impatience
Les enfants attendent toujours la neige avec impatience.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.

retirer
La pelleteuse retire la terre.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.

appartenir
Ma femme m’appartient.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.

effectuer
Il effectue la réparation.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.

se marier
Le couple vient de se marier.
trouwen
Het stel is net getrouwd.

visiter
Une vieille amie lui rend visite.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.

envoyer
Cette entreprise envoie des marchandises dans le monde entier.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
