Woordenlijst
Leer werkwoorden – Litouws
pamiršti
Ji dabar pamiršo jo vardą.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
bijoti
Vaikas bijo tamsos.
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
šiurkšti
Lapai šiurkšta po mano kojomis.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
šokti
Jie šoka tango meilėje.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
išsiųsti
Ji nori išsiųsti laišką dabar.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
atnešti
Kurjeris atneša siuntinį.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
mėgautis
Ji mėgaujasi gyvenimu.
genieten
Ze geniet van het leven.
dainuoti
Vaikai dainuoja dainą.
zingen
De kinderen zingen een lied.
atleisti
Ji niekada jam to neatleis!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
atstovauti
Advokatai atstovauja savo klientams teisme.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
gauti ligos pažymėjimą
Jam reikia gauti ligos pažymėjimą iš gydytojo.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.