Woordenlijst

Leer werkwoorden – Litouws

cms/verbs-webp/99633900.webp
tyrinėti
Žmonės nori tyrinėti Marsą.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
cms/verbs-webp/83636642.webp
mušti
Ji muša kamuolį per tinklą.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
cms/verbs-webp/35862456.webp
pradėti
Naujas gyvenimas prasideda santuoka.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
cms/verbs-webp/78309507.webp
iškirpti
Formas reikia iškirpti.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
cms/verbs-webp/59121211.webp
paskambinti
Kas paskambino į durų skambutį?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
cms/verbs-webp/77646042.webp
deginti
Tu neturėtum deginti pinigų.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
cms/verbs-webp/125319888.webp
dengti
Ji dengia savo plaukus.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/100585293.webp
apsisukti
Čia reikia apsisukti su automobiliu.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
cms/verbs-webp/116932657.webp
gauti
Jis gauna gerą pensiją sename amžiuje.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/30793025.webp
rodytis
Jam patinka rodytis su savo pinigais.
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
cms/verbs-webp/63457415.webp
supaprastinti
Vaikams reikia supaprastinti sudėtingus dalykus.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
cms/verbs-webp/118064351.webp
vengti
Jis turi vengti riešutų.
vermijden
Hij moet noten vermijden.