Woordenlijst
Leer werkwoorden – Litouws
tyrinėti
Žmonės nori tyrinėti Marsą.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
mušti
Ji muša kamuolį per tinklą.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
pradėti
Naujas gyvenimas prasideda santuoka.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
iškirpti
Formas reikia iškirpti.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
paskambinti
Kas paskambino į durų skambutį?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
deginti
Tu neturėtum deginti pinigų.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
dengti
Ji dengia savo plaukus.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
apsisukti
Čia reikia apsisukti su automobiliu.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
gauti
Jis gauna gerą pensiją sename amžiuje.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
rodytis
Jam patinka rodytis su savo pinigais.
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
supaprastinti
Vaikams reikia supaprastinti sudėtingus dalykus.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.