Woordenlijst

Leer werkwoorden – Litouws

cms/verbs-webp/99769691.webp
pravažiuoti
Traukinys pravažiuoja pro šalia mūsų.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cms/verbs-webp/93221270.webp
pasiklysti
Aš pasiklydau kelyje.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
cms/verbs-webp/120220195.webp
parduoti
Prekybininkai parduoda daug prekių.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
cms/verbs-webp/91997551.webp
suprasti
Ne viską galima suprasti apie kompiuterius.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/101945694.webp
pamiegoti
Jie nori pagaliau pamiegoti bent vieną naktį.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/87142242.webp
pakaboti
Hamakas pakabotas nuo lubų.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
cms/verbs-webp/70055731.webp
išvykti
Traukinys išvyksta.
vertrekken
De trein vertrekt.
cms/verbs-webp/117311654.webp
nešti
Jie neša savo vaikus ant nugarų.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
cms/verbs-webp/109099922.webp
priminti
Kompiuteris man primena mano susitikimus.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
cms/verbs-webp/34567067.webp
ieškoti
Policija ieško nusikaltėlio.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
cms/verbs-webp/101709371.webp
gaminti
Robotais galima gaminti pigiau.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
cms/verbs-webp/77738043.webp
pradėti
Kariai pradeda.
beginnen
De soldaten beginnen.