Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
open
Can you please open this can for me?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
drive around
The cars drive around in a circle.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
pursue
The cowboy pursues the horses.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
make a mistake
Think carefully so you don’t make a mistake!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
dial
She picked up the phone and dialed the number.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
paint
He is painting the wall white.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
cover
The child covers itself.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
exist
Dinosaurs no longer exist today.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
get through
The water was too high; the truck couldn’t get through.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
trust
We all trust each other.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
protect
Children must be protected.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.