Woordenlijst
Leer werkwoorden – Italiaans
smettere
Voglio smettere di fumare da ora!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
spegnere
Lei spegne l’elettricità.
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
dimenticare
Lei non vuole dimenticare il passato.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
persuadere
Spesso deve persuadere sua figlia a mangiare.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
dividere
Si dividono le faccende domestiche tra loro.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
controllare
Il dentista controlla i denti.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
usare
Lei usa prodotti cosmetici quotidianamente.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
tradurre
Lui può tradurre tra sei lingue.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
investire
Un ciclista è stato investito da un’auto.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
fidarsi
Ci fidiamo tutti l’uno dell’altro.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
descrivere
Come si possono descrivere i colori?
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?