Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/107996282.webp
nuna
Malamin ya nuna alamar a gabatar da shi a gabansa.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/31726420.webp
juya zuwa
Suna juya zuwa juna.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/85010406.webp
tsalle
Mai tsayi ya kamata ya tsalle kan tundunin.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/55372178.webp
ci gaba
Kusu suna cewa hanya ta ci gaba ne sosai.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
cms/verbs-webp/111750395.webp
komo
Ba zai iya komo ba da kansa.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
cms/verbs-webp/83636642.webp
buga
Tana buga kwalballen a kan net.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
cms/verbs-webp/56994174.webp
fito
Mei ke fitowa daga cikin kwai?
uitkomen
Wat komt er uit het ei?
cms/verbs-webp/122394605.webp
canza
Mai gyara mota yana canza tayar mota.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
cms/verbs-webp/53646818.webp
shiga
An yi sanyi a waje kuma mu ka sanya su shiga.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
cms/verbs-webp/93221270.webp
rasa hanyar
Na rasa hanyar na.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
cms/verbs-webp/86064675.webp
tura
Motar ta tsaya kuma ta buƙaci a tura ta.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
cms/verbs-webp/17624512.webp
zama lafiya da
Yaran sun buƙata su zama lafiya da shan hannun su.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.