Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
run over
Unfortunately, many animals are still run over by cars.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
emphasize
You can emphasize your eyes well with makeup.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
say goodbye
The woman says goodbye.
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
find one’s way
I can find my way well in a labyrinth.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
come easy
Surfing comes easily to him.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
pass by
The two pass by each other.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
burn
You shouldn’t burn money.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
underline
He underlined his statement.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
monitor
Everything is monitored here by cameras.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
close
She closes the curtains.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.