Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
ontsyfer
Hy ontsyfer die klein druk met ’n vergrootglas.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
terugneem
Die toestel is defektief; die handelaar moet dit terugneem.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
verder gaan
Jy kan nie enige verder op hierdie punt gaan nie.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.
straf
Sy het haar dogter gestraf.
straffen
Ze strafte haar dochter.
aanvaar
Kredietkaarte word hier aanvaar.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
verbind
Hierdie brug verbind twee buurte.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
uitsprei
Hy sprei sy arms wyd uit.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
oor die weg kom
Beëindig jou stryd en kom eindelik oor die weg!
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
luister
Hy luister na haar.
luisteren
Hij luistert naar haar.
beskerm
’n Helm is daar om teen ongelukke te beskerm.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
beperk
Gedurende ’n dieet moet jy jou voedselinname beperk.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.