Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/110646130.webp
bedek
Sy het die brood met kaas bedek.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
cms/verbs-webp/63244437.webp
bedek
Sy bedek haar gesig.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
cms/verbs-webp/101765009.webp
vergesel
Die hond vergesel hulle.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/98294156.webp
handel
Mense handel in gebruikte meubels.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
cms/verbs-webp/122632517.webp
verkeerd gaan
Alles gaan vandag verkeerd!
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
cms/verbs-webp/109588921.webp
skakel af
Sy skakel die alarmklok af.
uitzetten
Ze zet de wekker uit.