Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans

verken
Mense wil Mars verken.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.

stap
Hy hou daarvan om in die woud te stap.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.

ontslaan
Die baas het hom ontslaan.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.

sny op
Vir die slaai moet jy die komkommer op sny.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.

lui
Die klok lui elke dag.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.

sterf
Baie mense sterf in flieks.
sterven
Veel mensen sterven in films.

gesels
Hy gesels dikwels met sy buurman.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.

draai
Jy mag links draai.
draaien
Je mag naar links draaien.

opstaan en praat
Wie iets weet, mag in die klas opstaan en praat.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.

roep op
My onderwyser roep my dikwels op.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.

saamdink
Jy moet saamdink in kaartspelletjies.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
