Woordenlijst
Leer bijwoorden – Engels (UK)
out
He would like to get out of prison.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
somewhere
A rabbit has hidden somewhere.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
almost
I almost hit!
bijna
Ik raakte bijna!
more
Older children receive more pocket money.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
first
Safety comes first.
eerst
Veiligheid komt eerst.
almost
It is almost midnight.
bijna
Het is bijna middernacht.
into
They jump into the water.
in
Ze springen in het water.
already
The house is already sold.
al
Het huis is al verkocht.
soon
A commercial building will be opened here soon.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
out
She is coming out of the water.
uit
Ze komt uit het water.
correct
The word is not spelled correctly.
correct
Het woord is niet correct gespeld.