Woordenlijst
Leer bijwoorden – Engels (UK)
again
He writes everything again.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
too much
The work is getting too much for me.
te veel
Het werk wordt me te veel.
out
He would like to get out of prison.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
in the morning
I have a lot of stress at work in the morning.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
why
Children want to know why everything is as it is.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
into
They jump into the water.
in
Ze springen in het water.
on it
He climbs onto the roof and sits on it.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
together
The two like to play together.
samen
De twee spelen graag samen.
out
The sick child is not allowed to go out.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
very
The child is very hungry.
erg
Het kind is erg hongerig.
but
The house is small but romantic.
maar
Het huis is klein maar romantisch.