Woordenlijst
Leer bijwoorden – Deens
også
Hendes kæreste er også fuld.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
korrekt
Ordet er ikke stavet korrekt.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
ud
Hun kommer ud af vandet.
uit
Ze komt uit het water.
ingen steder
Disse spor fører ingen steder hen.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
i morgen
Ingen ved, hvad der vil ske i morgen.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
ind
De to kommer ind.
in
De twee komen binnen.
i går
Det regnede kraftigt i går.
gisteren
Het regende hard gisteren.
igen
Han skriver alt igen.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
udenfor
Vi spiser udenfor i dag.
buiten
We eten vandaag buiten.
nok
Hun vil sove og har fået nok af støjen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
længe
Jeg måtte vente længe i venteværelset.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.