Woordenlijst
Leer bijwoorden – Duits
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
beispielsweise
Wie gefällt Ihnen beispielsweise diese Farbe?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
alle
Hier kann man alle Flaggen der Welt sehen.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
gleich
Diese Menschen sind verschieden, aber gleich optimistisch!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
raus
Er will gern raus aus dem Gefängnis.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
hinaus
Das kranke Kind darf nicht hinaus.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
niemals
Man darf niemals aufgeben.
nooit
Men moet nooit opgeven.
viel
Ich lese wirklich viel.
veel
Ik lees inderdaad veel.
immer
Hier war immer ein See.
altijd
Hier was altijd een meer.
richtig
Das Wort ist nicht richtig geschrieben.
correct
Het woord is niet correct gespeld.