Woordenlijst
Leer bijwoorden – Engels (US)
there
Go there, then ask again.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
together
The two like to play together.
samen
De twee spelen graag samen.
also
Her girlfriend is also drunk.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
long
I had to wait long in the waiting room.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
quite
She is quite slim.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
already
The house is already sold.
al
Het huis is al verkocht.
on it
He climbs onto the roof and sits on it.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
again
He writes everything again.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
almost
The tank is almost empty.
bijna
De tank is bijna leeg.
tomorrow
No one knows what will be tomorrow.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
half
The glass is half empty.
half
Het glas is half leeg.