Ordliste

Lær adverbier – Nederlandsk

cms/adverbs-webp/67795890.webp
in
Ze springen in het water.
ind
De hopper ind i vandet.
cms/adverbs-webp/71670258.webp
gisteren
Het regende hard gisteren.
i går
Det regnede kraftigt i går.
cms/adverbs-webp/121005127.webp
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
om morgenen
Jeg har meget stress på arbejde om morgenen.
cms/adverbs-webp/57457259.webp
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
ud
Det syge barn må ikke gå ud.
cms/adverbs-webp/138988656.webp
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
når som helst
Du kan ringe til os når som helst.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
for meget
Han har altid arbejdet for meget.
cms/adverbs-webp/38216306.webp
ook
Haar vriendin is ook dronken.
også
Hendes kæreste er også fuld.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
bijna
Ik raakte bijna!
næsten
Jeg ramte næsten!
cms/adverbs-webp/176235848.webp
in
De twee komen binnen.
ind
De to kommer ind.
cms/adverbs-webp/166071340.webp
uit
Ze komt uit het water.
ud
Hun kommer ud af vandet.
cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
igen
Han skriver alt igen.
cms/adverbs-webp/166784412.webp
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
nogensinde
Har du nogensinde mistet alle dine penge i aktier?