Ordliste
Lær adverbier – Nederlandsk

net
Ze is net wakker geworden.
lige
Hun vågnede lige.

binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
snart
En kommerciel bygning vil snart blive åbnet her.

vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
ofte
Tornadoer ses ikke ofte.

altijd
Je kunt ons altijd bellen.
når som helst
Du kan ringe til os når som helst.

alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
alene
Jeg nyder aftenen helt alene.

veel
Ik lees inderdaad veel.
meget
Jeg læser faktisk meget.

niet
Ik hou niet van de cactus.
ikke
Jeg kan ikke lide kaktussen.

gratis
Zonne-energie is gratis.
gratis
Solenergi er gratis.

samen
De twee spelen graag samen.
sammen
De to kan godt lide at lege sammen.

morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
i morgen
Ingen ved, hvad der vil ske i morgen.

uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
ud
Han vil gerne komme ud af fængslet.
