Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
fer per
Volen fer alguna cosa per la seva salut.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
estimar
Ella estima molt el seu gat.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
agradar
A ella li agrada més la xocolata que les verdures.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
penjar
Tots dos pengen d’una branca.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
oblidar
Ara ha oblidat el seu nom.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
oblidar
Ella no vol oblidar el passat.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
hissar
L’helicòpter hissa els dos homes.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
jugar
El nen prefereix jugar sol.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
perdonar
Ella mai no li pot perdonar això!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
passar
A vegades el temps passa lentament.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
obrir
La caixa forta es pot obrir amb el codi secret.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.