Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/91254822.webp
dauka
Ta dauka tuffa.
plukken
Ze plukte een appel.
cms/verbs-webp/123844560.webp
kare
Helmeci zai kare ka daga hatsari.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
cms/verbs-webp/65915168.webp
hawaye
Ganyaye su hawaye karkashin takalma na.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
cms/verbs-webp/115628089.webp
shirya
Ta ke shirya keke.
bereiden
Ze bereidt een taart.
cms/verbs-webp/91997551.webp
fahimta
Ba za a iya fahimci duk abin da ya shafi kwamfuta ba.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/65199280.webp
bi
Uwa ta bi ɗanta.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
cms/verbs-webp/115224969.webp
yafe
Na yafe masa bayansa.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
cms/verbs-webp/119269664.webp
ci
Daliban sun ci jarabawar.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
cms/verbs-webp/132030267.webp
ci
Ta ci fatar keke.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
cms/verbs-webp/44518719.webp
tafi
Ba a dace a tafi a kan hanyar nan ba.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
cms/verbs-webp/99769691.webp
wuce
Motar jirgin ya na wuce a kusa da mu.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cms/verbs-webp/77646042.webp
wuta
Ba zaka iya wutan kuɗi ba.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.