Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/95655547.webp
bari gabaki
Babu wanda ya so ya bari shi gabaki a filin sayarwa na supermarket.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
cms/verbs-webp/78932829.webp
goyi bayan
Mu ke goyi bayan ƙwarewar jikin jaririnmu.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
cms/verbs-webp/114231240.webp
gaya ɗari
Yana gaya dari sosai idan yana son sayar da komai.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
cms/verbs-webp/127554899.webp
fi so
Yar mu ba ta karanta littattafai; ta fi son wayarta.
verkiezen
Onze dochter leest geen boeken; ze verkiest haar telefoon.
cms/verbs-webp/33493362.webp
kira
Don Allah kira ni gobe.
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
cms/verbs-webp/118567408.webp
tunani
Kowanne ka tunani yana da karfi?
denken
Wie denk je dat sterker is?
cms/verbs-webp/102823465.webp
nuna
Zan iya nunawa visa a cikin fasfotata.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
cms/verbs-webp/74693823.webp
bukata
Ka bukata jaki domin canja teƙun.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
cms/verbs-webp/96668495.webp
buga
An buga littattafai da jaridu.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
cms/verbs-webp/108350963.webp
bada dadi
Spices suna bada dadin abincin mu.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
cms/verbs-webp/129300323.webp
taba
Ma‘aikatan gona ya taba ganyensa.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
cms/verbs-webp/80060417.webp
fita
Ta fita da motarta.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.