Woordenlijst

Leer bijwoorden – Afrikaans

cms/adverbs-webp/121005127.webp
in die oggend
Ek het baie stres by die werk in die oggend.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
cms/adverbs-webp/29021965.webp
nie
Ek hou nie van die kaktus nie.
niet
Ik hou niet van de cactus.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
nou
Moet ek hom nou bel?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/67795890.webp
in
Hulle spring in die water.
in
Ze springen in het water.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
‘n bietjie
Ek wil ‘n bietjie meer hê.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
cms/adverbs-webp/29115148.webp
maar
Die huis is klein maar romanties.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
weg
Hy dra die buit weg.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
môre
Niemand weet wat môre sal wees nie.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
cms/adverbs-webp/155080149.webp
hoekom
Kinders wil weet hoekom alles is soos dit is.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
heeltemal
Sy is heeltemal skraal.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/121564016.webp
lank
Ek moes lank in die wagkamer wag.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
weer
Hulle het weer ontmoet.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.