Woordenlijst
Leer bijwoorden – Litouws
greitai
Čia greitai bus atidarytas komercinis pastatas.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
į
Jie šoka į vandenį.
in
Ze springen in het water.
ant jo
Jis lipa ant stogo ir sėdi ant jo.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
teisingai
Žodis neįrašytas teisingai.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
bet kada
Galite mus skambinti bet kada.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
beveik
Bakas beveik tuščias.
bijna
De tank is bijna leeg.
žemyn
Jis krinta žemyn iš viršaus.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
kartu
Abu mėgsta žaisti kartu.
samen
De twee spelen graag samen.
tolyn
Jis neša grobį tolyn.
weg
Hij draagt de prooi weg.
niekur
Šie takai veda niekur.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
vėl
Jis viską rašo vėl.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.