Žodynas

Išmok prieveiksmių – olandų

cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
vėl
Jis viską rašo vėl.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
visada
Čia visada buvo ežeras.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
rytoj
Niekas nežino, kas bus rytoj.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
net
Ze is net wakker geworden.
tik
Ji tik atsibudo.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
weg
Hij draagt de prooi weg.
tolyn
Jis neša grobį tolyn.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
į
Ar jis eina į vidų ar į lauką?
cms/adverbs-webp/23025866.webp
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
visą dieną
Mama turi dirbti visą dieną.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
šiek tiek
Noriu šiek tiek daugiau.
cms/adverbs-webp/23708234.webp
correct
Het woord is niet correct gespeld.
teisingai
Žodis neįrašytas teisingai.
cms/adverbs-webp/134906261.webp
al
Het huis is al verkocht.
jau
Namai jau parduoti.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
gana
Ji yra gana liesa.
cms/adverbs-webp/141168910.webp
daar
Het doel is daar.
ten
Tikslas yra ten.