Woordenlijst
Leer bijwoorden – Slovaaks
celkom
Je celkom štíhla.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
vonku
Dnes jeme vonku.
buiten
We eten vandaag buiten.
tiež
Jej priateľka je tiež opitá.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
teraz
Mám ho teraz zavolať?
nu
Moet ik hem nu bellen?
nikdy
Človek by nikdy nemal vzdať.
nooit
Men moet nooit opgeven.
dole
Pádne zhora dole.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
takmer
Je takmer polnoc.
bijna
Het is bijna middernacht.
znova
Píše to všetko znova.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
vždy
Tu vždy bol jazero.
altijd
Hier was altijd een meer.
do
Skočia do vody.
in
Ze springen in het water.
na ňom
Vylieza na strechu a sedí na ňom.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.