Woordeskat
Leer Bywoorde – Nederlands
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
daarop
Hy klim op die dak en sit daarop.
nooit
Men moet nooit opgeven.
nooit
Mens moet nooit opgee nie.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
weer
Hy skryf alles weer.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
te veel
Hy het altyd te veel gewerk.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
êrens
‘n Haas het êrens weggekruip.
veel
Ik lees inderdaad veel.
baie
Ek lees baie werklik.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
hoekom
Kinders wil weet hoekom alles is soos dit is.
nu
Moet ik hem nu bellen?
nou
Moet ek hom nou bel?
bijna
Ik raakte bijna!
amper
Ek het amper getref!
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
weer
Hulle het weer ontmoet.
gratis
Zonne-energie is gratis.
gratis
Sonkrag is gratis.