Besedni zaklad
Naučite se prislovov – nizozemščina

opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
znova
Vse piše znova.

opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
spet
Srečala sta se spet.

altijd
Hier was altijd een meer.
vedno
Tukaj je vedno bilo jezero.

in
Ze springen in het water.
v
Skočijo v vodo.

naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
dol
Skoči dol v vodo.

correct
Het woord is niet correct gespeld.
pravilno
Beseda ni pravilno črkovana.

half
Het glas is half leeg.
pol
Kozarec je pol prazen.

iets
Ik zie iets interessants!
nekaj
Vidim nekaj zanimivega!

erg
Het kind is erg hongerig.
zelo
Otrok je zelo lačen.

ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
nekje
Zajec se je nekje skril.

behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
precej
Je precej vitka.
