Besedni zaklad

Naučite se prislovov – nizozemščina

cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
znova
Vse piše znova.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
spet
Srečala sta se spet.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
vedno
Tukaj je vedno bilo jezero.
cms/adverbs-webp/67795890.webp
in
Ze springen in het water.
v
Skočijo v vodo.
cms/adverbs-webp/38720387.webp
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
dol
Skoči dol v vodo.
cms/adverbs-webp/23708234.webp
correct
Het woord is niet correct gespeld.
pravilno
Beseda ni pravilno črkovana.
cms/adverbs-webp/57758983.webp
half
Het glas is half leeg.
pol
Kozarec je pol prazen.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
iets
Ik zie iets interessants!
nekaj
Vidim nekaj zanimivega!
cms/adverbs-webp/172832880.webp
erg
Het kind is erg hongerig.
zelo
Otrok je zelo lačen.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
nekje
Zajec se je nekje skril.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
precej
Je precej vitka.
cms/adverbs-webp/54073755.webp
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
na
Pleza na streho in sedi na njej.