Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/65840237.webp
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
stuur
Die goedere sal in ’n pakkie aan my gestuur word.
cms/verbs-webp/101158501.webp
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
dank
Hy het haar met blomme gedank.
cms/verbs-webp/33599908.webp
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
dien
Honde hou daarvan om hulle eienaars te dien.
cms/verbs-webp/106665920.webp
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
voel
Die ma voel baie liefde vir haar kind.
cms/verbs-webp/33493362.webp
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
terugbel
Bel my asseblief môre terug.
cms/verbs-webp/42212679.webp
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
werk vir
Hy het hard gewerk vir sy goeie punte.
cms/verbs-webp/98977786.webp
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
noem
Hoeveel lande kan jy noem?
cms/verbs-webp/61162540.webp
activeren
De rook activeerde het alarm.
aktiveer
Die rook het die alarm geaktiveer.
cms/verbs-webp/91367368.webp
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
stap
Die gesin gaan Sondae stap.
cms/verbs-webp/115172580.webp
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
bewys
Hy wil ’n wiskundige formule bewys.
cms/verbs-webp/73751556.webp
bidden
Hij bidt in stilte.
bid
Hy bid stilweg.
cms/verbs-webp/118868318.webp
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
hou van
Sy hou meer van sjokolade as van groente.