Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands

bidden
Hij bidt in stilte.
bid
Hy bid stilweg.

slapen
De baby slaapt.
slaap
Die baba slaap.

sterven
Veel mensen sterven in films.
sterf
Baie mense sterf in flieks.

spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
praat
Mens moet nie te hard in die bioskoop praat nie.

repareren
Hij wilde de kabel repareren.
herstel
Hy wou die kabel herstel.

verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
klop
Hy het sy teenstander in tennis geklop.

staan
De bergbeklimmer staat op de top.
staan
Die bergklimmer staan op die piek.

voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
kom eerste
Gesondheid kom altyd eerste!

denken
Je moet veel denken bij schaken.
dink
Jy moet baie dink in skaak.

antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
antwoord
Sy antwoord altyd eerste.

verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
verryk
Speserye verryk ons kos.
