Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/73751556.webp
bidden
Hij bidt in stilte.
bid
Hy bid stilweg.
cms/verbs-webp/102327719.webp
slapen
De baby slaapt.
slaap
Die baba slaap.
cms/verbs-webp/93947253.webp
sterven
Veel mensen sterven in films.
sterf
Baie mense sterf in flieks.
cms/verbs-webp/38753106.webp
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
praat
Mens moet nie te hard in die bioskoop praat nie.
cms/verbs-webp/104818122.webp
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
herstel
Hy wou die kabel herstel.
cms/verbs-webp/90821181.webp
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
klop
Hy het sy teenstander in tennis geklop.
cms/verbs-webp/122707548.webp
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
staan
Die bergklimmer staan op die piek.
cms/verbs-webp/124046652.webp
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
kom eerste
Gesondheid kom altyd eerste!
cms/verbs-webp/119425480.webp
denken
Je moet veel denken bij schaken.
dink
Jy moet baie dink in skaak.
cms/verbs-webp/117890903.webp
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
antwoord
Sy antwoord altyd eerste.
cms/verbs-webp/108350963.webp
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
verryk
Speserye verryk ons kos.
cms/verbs-webp/63457415.webp
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
vereenvoudig
Jy moet ingewikkelde dinge vir kinders vereenvoudig.