Slovník

Naučte se slovesa – holandština

cms/verbs-webp/34725682.webp
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
navrhnout
Žena něco navrhuje své kamarádce.
cms/verbs-webp/119269664.webp
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
složit
Studenti složili zkoušku.
cms/verbs-webp/78309507.webp
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
vyříznout
Tvary je třeba vyříznout.
cms/verbs-webp/106665920.webp
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
cítit
Matka cítí pro své dítě mnoho lásky.
cms/verbs-webp/27564235.webp
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
pracovat na
Musí pracovat na všech těchto souborech.
cms/verbs-webp/107996282.webp
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
odkazovat
Učitel odkazuje na příklad na tabuli.
cms/verbs-webp/96668495.webp
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
tisknout
Knihy a noviny se tisknou.
cms/verbs-webp/44848458.webp
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
zastavit
Musíte zastavit na červenou.
cms/verbs-webp/121102980.webp
meerijden
Mag ik met je meerijden?
jet s někým
Můžu jet s vámi?
cms/verbs-webp/17624512.webp
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
zvyknout si
Děti si musí zvyknout čistit si zuby.
cms/verbs-webp/71991676.webp
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
nechat
Omylem nechali své dítě na nádraží.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
parkovat
Kola jsou zaparkována před domem.