Slovník

Naučte se příslovce – holandština

cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
také
Pes smí také sedět u stolu.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
v
Jde dovnitř nebo ven?
cms/adverbs-webp/57758983.webp
half
Het glas is half leeg.
napůl
Sklenice je napůl prázdná.
cms/adverbs-webp/77731267.webp
veel
Ik lees inderdaad veel.
hodně
Opravdu hodně čtu.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
nu
Moet ik hem nu bellen?
teď
Mám mu teď zavolat?
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
trochu
Chci trochu více.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
často
Tornáda se nevidí často.
cms/adverbs-webp/162590515.webp
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
dost
Chce spát a má dost toho hluku.
cms/adverbs-webp/141168910.webp
daar
Het doel is daar.
tam
Cíl je tam.
cms/adverbs-webp/172832880.webp
erg
Het kind is erg hongerig.
velmi
Dítě je velmi hladové.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
bijna
Het is bijna middernacht.
téměř
Je téměř půlnoc.
cms/adverbs-webp/10272391.webp
al
Hij slaapt al.
již
On již spí.