Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands

accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
aanvaar
Kredietkaarte word hier aanvaar.

rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
lui
Die klok lui elke dag.

omgaan
Men moet met problemen omgaan.
hanteer
Mens moet probleme hanteer.

veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
veroorsaak
Alkohol kan kopseer veroorsaak.

boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
ontsteld raak
Sy raak ontsteld omdat hy altyd snork.

ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
beskik oor
Kinders beskik net oor sakgeld.

vermijden
Hij moet noten vermijden.
vermy
Hy moet neute vermy.

omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
draai om
Jy moet die motor hier om draai.

publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
publiseer
Die uitgewer het baie boeke gepubliseer.

opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
neerskryf
Jy moet die wagwoord neerskryf!

stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
trap op
Ek kan nie met hierdie voet op die grond trap nie.
