Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/51465029.webp
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
loop stadig
Die horlosie loop ’n paar minute agter.
cms/verbs-webp/59552358.webp
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
bestuur
Wie bestuur die geld in jou gesin?
cms/verbs-webp/86583061.webp
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
betaal
Sy het met ’n kredietkaart betaal.
cms/verbs-webp/93947253.webp
sterven
Veel mensen sterven in films.
sterf
Baie mense sterf in flieks.
cms/verbs-webp/88615590.webp
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
beskryf
Hoe kan mens kleure beskryf?
cms/verbs-webp/61826744.webp
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
skep
Wie het die Aarde geskep?
cms/verbs-webp/96061755.webp
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
dien
Die sjef dien ons vandag self.
cms/verbs-webp/44848458.webp
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
stop
Jy moet by die rooi lig stop.
cms/verbs-webp/61389443.webp
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
Die kinders lê saam in die gras.
cms/verbs-webp/111750395.webp
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
teruggaan
Hy kan nie alleen teruggaan nie.
cms/verbs-webp/94796902.webp
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
terugvind
Ek kan my weg nie terugvind nie.
cms/verbs-webp/127720613.webp
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
mis
Hy mis sy vriendin baie.