Vortprovizo

Lernu Verbojn – nederlanda

cms/verbs-webp/118588204.webp
wachten
Ze wacht op de bus.
atendi
Ŝi atendas la buson.
cms/verbs-webp/58477450.webp
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
luigi
Li luigas sian domon.
cms/verbs-webp/27076371.webp
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
aparteni
Mia edzino apartenas al mi.
cms/verbs-webp/32180347.webp
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
disigi
Nia filo ĉion disigas!
cms/verbs-webp/47225563.webp
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
kunpensi
Vi devas kunpensi en kartludoj.
cms/verbs-webp/104818122.webp
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
ripari
Li volis ripari la kabelon.
cms/verbs-webp/123211541.webp
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
negi
Hodiaŭ multe negis.
cms/verbs-webp/47241989.webp
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
serĉi
Kion vi ne scias, vi devas serĉi.
cms/verbs-webp/28581084.webp
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
pendi
Glacikonoj pendas de la tegmento.
cms/verbs-webp/92266224.webp
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
malŝalti
Ŝi malŝaltas la elektron.
cms/verbs-webp/109542274.webp
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
lasi tra
Ĉu oni devus lasi rifugintojn tra la limoj?
cms/verbs-webp/65840237.webp
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
sendi
La varoj estos senditaj al mi en pakaĵo.