Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands

drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
druk
Boeke en koerante word gedruk.

voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
voor laat
Niemand wil hom voor by die supermark kassapunt laat gaan nie.

aanraken
Hij raakte haar teder aan.
raak
Hy het haar teer aangeraak.

verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
verdra
Sy kan nie die sang verdra nie.

achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
terugstel
Binnekort moet ons die klok weer terugstel.

doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
deurgaan
Kan die kat deur hierdie gat gaan?

missen
Hij mist zijn vriendin erg.
mis
Hy mis sy vriendin baie.

bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
bewys
Hy wil ’n wiskundige formule bewys.

naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
huis toe gaan
Hy gaan huis toe na die werk.

slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
slaan
Ouers moenie hul kinders slaan nie.

bespreken
Ze bespreken hun plannen.
bespreek
Hulle bespreek hul planne.
