Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/96668495.webp
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
druk
Boeke en koerante word gedruk.
cms/verbs-webp/95655547.webp
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
voor laat
Niemand wil hom voor by die supermark kassapunt laat gaan nie.
cms/verbs-webp/125402133.webp
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
raak
Hy het haar teer aangeraak.
cms/verbs-webp/117953809.webp
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
verdra
Sy kan nie die sang verdra nie.
cms/verbs-webp/122224023.webp
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
terugstel
Binnekort moet ons die klok weer terugstel.
cms/verbs-webp/96531863.webp
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
deurgaan
Kan die kat deur hierdie gat gaan?
cms/verbs-webp/127720613.webp
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
mis
Hy mis sy vriendin baie.
cms/verbs-webp/115172580.webp
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
bewys
Hy wil ’n wiskundige formule bewys.
cms/verbs-webp/58993404.webp
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
huis toe gaan
Hy gaan huis toe na die werk.
cms/verbs-webp/35137215.webp
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
slaan
Ouers moenie hul kinders slaan nie.
cms/verbs-webp/46998479.webp
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
bespreek
Hulle bespreek hul planne.
cms/verbs-webp/105224098.webp
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
bevestig
Sy kon die goeie nuus aan haar man bevestig.