Vocabolario
Impara i verbi – Olandese

sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
lasciare senza parole
La sorpresa la lascia senza parole.

stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
votare
Si vota per o contro un candidato.

bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
costruire
Quando è stata costruita la Grande Muraglia cinese?

investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
investire
In cosa dovremmo investire i nostri soldi?

vertrekken
De trein vertrekt.
partire
Il treno parte.

opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
annotare
Devi annotare la password!

verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
perdere
Aspetta, hai perso il tuo portafoglio!

consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
consumare
Lei consuma un pezzo di torta.

leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
guidare
L’escursionista più esperto guida sempre.

doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
passare
Il gatto può passare attraverso questo buco?

negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
ignorare
Il bambino ignora le parole di sua madre.
