Vocabolario

Impara i verbi – Olandese

cms/verbs-webp/122638846.webp
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
lasciare senza parole
La sorpresa la lascia senza parole.
cms/verbs-webp/95190323.webp
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
votare
Si vota per o contro un candidato.
cms/verbs-webp/116610655.webp
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
costruire
Quando è stata costruita la Grande Muraglia cinese?
cms/verbs-webp/120282615.webp
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
investire
In cosa dovremmo investire i nostri soldi?
cms/verbs-webp/70055731.webp
vertrekken
De trein vertrekt.
partire
Il treno parte.
cms/verbs-webp/66441956.webp
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
annotare
Devi annotare la password!
cms/verbs-webp/121180353.webp
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
perdere
Aspetta, hai perso il tuo portafoglio!
cms/verbs-webp/132030267.webp
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
consumare
Lei consuma un pezzo di torta.
cms/verbs-webp/75487437.webp
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
guidare
L’escursionista più esperto guida sempre.
cms/verbs-webp/96531863.webp
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
passare
Il gatto può passare attraverso questo buco?
cms/verbs-webp/71883595.webp
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
ignorare
Il bambino ignora le parole di sua madre.
cms/verbs-webp/78073084.webp
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
sdraiarsi
Erano stanchi e si sono sdraiati.