Vocabolario

Impara gli avverbi – Olandese

cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
domani
Nessuno sa cosa sarà domani.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
di nuovo
Si sono incontrati di nuovo.
cms/adverbs-webp/77731267.webp
veel
Ik lees inderdaad veel.
molto
Leggo molto infatti.
cms/adverbs-webp/10272391.webp
al
Hij slaapt al.
già
Lui è già addormentato.
cms/adverbs-webp/7659833.webp
gratis
Zonne-energie is gratis.
gratuitamente
L‘energia solare è gratuita.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
troppo
Ha sempre lavorato troppo.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
net
Ze is net wakker geworden.
appena
Lei si è appena svegliata.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
da qualche parte
Un coniglio si è nascosto da qualche parte.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
altijd
Hier was altijd een meer.
sempre
Qui c‘è sempre stato un lago.
cms/adverbs-webp/176427272.webp
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
giù
Lui cade giù dall‘alto.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
da solo
Sto godendo la serata tutto da solo.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
bijna
Het is bijna middernacht.
quasi
È quasi mezzanotte.