어휘
동사를 배우세요 ― 네덜란드어

raden
Je moet raden wie ik ben!
추측하다
내가 누구인지 추측해야 해!

overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
설득하다
그녀는 종종 딸에게 밥을 먹게 설득해야 한다.

onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
지지하다
우리는 당신의 아이디어를 기꺼이 지지한다.

veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
바뀌다
기후 변화로 많은 것이 바뀌었습니다.

omgaan
Men moet met problemen omgaan.
다루다
문제를 다뤄야 한다.

annuleren
Het contract is geannuleerd.
취소하다
계약이 취소되었습니다.

uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
늦잠 자다
그들은 하룻밤이라도 늦잠을 자고 싶다.

uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
벌리다
그는 팔을 넓게 벌린다.

wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
쫓아내다
한 마리의 백조가 다른 백조를 쫓아냈다.

de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
길을 찾다
나는 미로에서 잘 길을 찾을 수 있다.

plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
열리다
장례식은 그저께 열렸다.
