Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch

kreupel
een kreupel man
lame
a lame man

wreed
de wrede jongen
cruel
the cruel boy

bewolkt
de bewolkte hemel
cloudy
the cloudy sky

kleurloos
de kleurloze badkamer
colorless
the colorless bathroom

bitter
bittere chocolade
bitter
bitter chocolate

duurzaam
de duurzame investering
permanent
the permanent investment

piepklein
piepkleine kiemen
tiny
tiny seedlings

wonderbaarlijk
de wonderbaarlijke komeet
wonderful
the wonderful comet

prachtig
een prachtige jurk
beautiful
a beautiful dress

troebel
een troebel bier
cloudy
a cloudy beer

snel
de snelle skiër
fast
the fast downhill skier
