Ordforråd

Lær adverb – nederlandsk

cms/adverbs-webp/98507913.webp
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
alle
Her kan du se alle flaggene i verden.
cms/adverbs-webp/71109632.webp
echt
Kan ik dat echt geloven?
virkelig
Kan jeg virkelig tro på det?
cms/adverbs-webp/145489181.webp
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
kanskje
Hun vil kanskje bo i et annet land.
cms/adverbs-webp/57758983.webp
half
Het glas is half leeg.
halv
Glasset er halvt tomt.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
alene
Jeg nyter kvelden helt alene.
cms/adverbs-webp/178519196.webp
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
om morgenen
Jeg må stå opp tidlig om morgenen.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
litt
Jeg vil ha litt mer.
cms/adverbs-webp/38720387.webp
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
ned
Hun hopper ned i vannet.
cms/adverbs-webp/172832880.webp
erg
Het kind is erg hongerig.
veldig
Barnet er veldig sultent.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
iets
Ik zie iets interessants!
noe
Jeg ser noe interessant!
cms/adverbs-webp/121564016.webp
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
lenge
Jeg måtte vente lenge i venterommet.
cms/adverbs-webp/71670258.webp
gisteren
Het regende hard gisteren.
i går
Det regnet kraftig i går.