Ordforråd
Lær adjektiver – Dutch
drievoudig
de drievoudige mobiele chip
tredobbel
den tredobbelte mobilchipen
goed
goede koffie
god
god kaffe
vorige
de vorige partner
tidlegare
den tidlegare partnaren
slecht
een slechte dreiging
ond
ei ond trugsel
zilveren
de zilveren auto
sølv-
den sølvne bilen
gelukkig
het gelukkige stel
lukkeleg
det lukkelege paret
rauw
rauw vlees
rå
rått kjøtt
competent
de competente ingenieur
kompetent
den kompetente ingeniøren
ongebruikelijk
ongebruikelijk weer
uvanleg
uvanleg vêr
onbeperkt
de onbeperkte opslag
ubegrensa
den ubegrensa lagringa
dom
het domme praten
dum
den dumme praten