Vocabulaire
Apprendre les adjectifs – Néerlandais

ongebruikelijk
ongebruikelijk weer
inhabituel
un temps inhabituel

zwart
een zwarte jurk
noir
une robe noire

ernstig
een ernstige fout
grave
une erreur grave

slecht
een slechte dreiging
méchant
une menace méchante

ziek
de zieke vrouw
malade
la femme malade

legaal
een legaal pistool
légal
un pistolet légal

gouden
de gouden pagode
doré
la pagode dorée

verkeerd
de verkeerde richting
incorrect
la direction incorrecte

eenzaam
de eenzame weduwnaar
solitaire
le veuf solitaire

gevaarlijk
het gevaarlijke krokodil
dangereux
le crocodile dangereux

dronken
de dronken man
saoul
l‘homme saoul
