Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
nutteloos
de nutteloze autospiegel
useless
the useless car mirror
angstig
een angstige man
timid
a timid man
plat
de platte band
flat
the flat tire
dom
een domme vrouw
stupid
a stupid woman
moe
een vermoeide vrouw
tired
a tired woman
absoluut
een absoluut genot
absolute
an absolute pleasure
gewelddadig
een gewelddadige confrontatie
violent
a violent dispute
openbaar
openbare toiletten
public
public toilets
speciaal
een speciale appel
special
a special apple
illegaal
de illegale drugshandel
illegal
the illegal drug trade
legaal
een legaal pistool
legal
a legal gun