Wortschatz

Adverbien lernen – Niederländisch

cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
nochmal
Er schreibt alles nochmal.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
rein
Geht er rein oder raus?
cms/adverbs-webp/176235848.webp
in
De twee komen binnen.
herein
Die beiden kommen herein.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
irgendwo
Ein Hase hat sich irgendwo versteckt.
cms/adverbs-webp/166071340.webp
uit
Ze komt uit het water.
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.
cms/adverbs-webp/145489181.webp
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
vielleicht
Sie will vielleicht in einem anderen Land leben.
cms/adverbs-webp/178653470.webp
buiten
We eten vandaag buiten.
außerhalb
Wir essen heute außerhalb im Freien.
cms/adverbs-webp/145004279.webp
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
nirgendwohin
Diese Schienen führen nirgendwohin.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
cms/adverbs-webp/166784412.webp
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
jemals
Hast du jemals alles Geld mit Aktien verloren?