Wortschatz
Adverbien lernen – Niederländisch

opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
nochmal
Er schreibt alles nochmal.

in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
rein
Geht er rein oder raus?

in
De twee komen binnen.
herein
Die beiden kommen herein.

ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
irgendwo
Ein Hase hat sich irgendwo versteckt.

uit
Ze komt uit het water.
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.

misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
vielleicht
Sie will vielleicht in einem anderen Land leben.

buiten
We eten vandaag buiten.
außerhalb
Wir essen heute außerhalb im Freien.

nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
nirgendwohin
Diese Schienen führen nirgendwohin.

meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.

een beetje
Ik wil een beetje meer.
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.

ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
