Wortschatz
Lerne Adjektive – Niederländisch

dronken
de dronken man
besoffen
der besoffene Mann

licht
de lichte veer
leicht
die leichte Feder

noodzakelijk
het noodzakelijke paspoort
notwendig
der notwendige Reisepass

lokaal
lokaal fruit
heimisch
heimisches Obst

actief
actieve gezondheidsbevordering
aktiv
aktive Gesundheitsförderung

arm
een arme man
arm
ein armer Mann

Sloveens
de Sloveense hoofdstad
slowenisch
die slowenische Hauptstadt

ovaal
de ovale tafel
oval
der ovale Tisch

groen
de groene groente
grün
das grüne Gemüse

zoet
het zoete snoepgoed
süß
das süße Konfekt

rijp
rijpe pompoenen
reif
reife Kürbisse
