Talasalitaan

Alamin ang mga Pandiwa – Dutch

cms/verbs-webp/113248427.webp
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
manalo
Sinusubukan niyang manalo sa chess.
cms/verbs-webp/70864457.webp
brengen
De bezorger brengt het eten.
deliver
Ang delivery person ay nagdadala ng pagkain.
cms/verbs-webp/120624757.webp
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
maglakad
Gusto niyang maglakad sa kagubatan.
cms/verbs-webp/120452848.webp
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
alam
Kilala niya ang maraming libro halos sa pamamagitan ng puso.
cms/verbs-webp/51465029.webp
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
maglihis
Ang orasan ay may ilang minutong maglihis.
cms/verbs-webp/112286562.webp
werken
Ze werkt beter dan een man.
magtrabaho
Mas magaling siyang magtrabaho kaysa sa lalaki.
cms/verbs-webp/85010406.webp
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
tumalon
Kailangan ng atleta na tumalon sa hadlang.
cms/verbs-webp/115373990.webp
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
lumitaw
Biglaang lumitaw ang malaking isda sa tubig.
cms/verbs-webp/110775013.webp
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
isulat
Gusto niyang isulat ang kanyang ideya sa negosyo.
cms/verbs-webp/67095816.webp
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
magsama
Balak ng dalawa na magsama-sama sa lalong madaling panahon.
cms/verbs-webp/90032573.webp
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
alam
Ang mga bata ay napakamausisa at marami nang alam.
cms/verbs-webp/122079435.webp
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
tumaas
Ang kompanya ay tumaas ang kita.